De FAO heeft de Universiteit Utrecht en Wageningen Bioveterinary Research aangewezen als referentiecentra voor antimicrobiële resistentie. Een vijfjarig mandaat met mondiale impact.
Het nieuws is er op donderdag 9 oktober binnen. De FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties, heeft twee Nederlandse instituten erkend als officiële referentiecentra voor antimicrobiële resistentie. Dit is geen lokaal aangelegenheden, maar een strategische keuze voor de globale gezondheid.
Het gaat specifiek om de afdeling Infectieziekten en Immunologie van de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht en Wageningen Bioveterinary Research in Lelystad. Deze benoeming geeft deze twee partijen een cruciale rol in de mondiale surveillance van antibioticaresistentie bij dieren en in de voedselketen. Ze moeten de komende vijf jaar bijdragen aan de ontwikkeling van richtlijnen en trainingsprogramma's.
Ook capaciteitsopbouw in lage- en middeninkomenslanden valt onder het mandaat. Het is een zware taak voor twee Nederlandse teams die nu de wereld moeten bedienen. De FAO kiest hiermee voor een centraal punt van aansluiting in Nederland, wat een erkenning is van de kwaliteit van de Nederlandse diergeneeskunde.
Wie staat aan het roer?
Er staan twee ervaren namen bovenaan het nieuwe expertisecentrum. Prof. dr. Jaap Wagenaar van de Universiteit Utrecht is één van de hoofden. Hij leidt de afdeling die al eerder werd erkend als referentielaboratorium door de Wereld Gezondheidsorganisatie en de World Organisation for Animal Health. Die eerdere erkenningen tonen aan dat hier al jarenlang hard gewerkt is aan de top van het vakgebied.
Zijn tegenhanger is dr. Kees Veldman van Wageningen Bioveterinary Research. Hij leidt het laboratorium dat in Nederland fungeert als het Nationaal Referentie Laboratorium voor Antibioticaresistentie in landbouwhuisdieren. De combinatie van deze twee expertises maakt van dit consortium een uniek aanspreekpunt voor de FAO. De synergie tussen academische wetenschap en toepassing in de praktijk is hier de drijvende kracht.
Wagenaar en Veldman begrijpen de mechanismen van resistentie beter dan wie dan ook in Europa. Hun expertise is onmisbaar voor de uitvoering van het mandaat. Ze vormen samen de drijvende kracht achter de nieuwe richtlijnen en protocollen die over de hele wereld moeten worden toegepast.

Wat betekent dit voor de praktijk?
De rol van het referentiecentrum is meer dan alleen onderzoek. De focus ligt op surveillance, wat betekent dat ze de ontwikkeling van resistentie moeten monitoren en begrijpen. Dit is essentieel om te zien waar antibiotica nog werken en waar ze al faalden. In de voedselketen is dit van levensbelang voor de volksgezondheid.
Daarnaast moet er gewerkt worden aan de ontwikkeling van nieuwe richtlijnen. Hoe moeten dierenartsen en boeren in landen met minder middelen het beste gebruikmaken van antibiotica? De trainingen die het centrum zal aanbieden zijn gericht op het opbouwen van capaciteit. Het doel is om overal ter wereld betere data en betere behandelprotocollen te creëren. Dit is langdurig werk dat pas over jaren zijn vruchten zal afwerpen.
Het toont aan dat we hier niet alleen meespelen in het veld, maar dat we de spelregels mede bepalen voor de rest van de wereld. De positie van Nederland in de globale gezondheidszorg wordt hiermee versterkt. We zijn niet meer slechts een participant, maar een leidend element in de strijd tegen deze dreiging.

De dringende noodzaak
Antibioticaresistentie blijft een van de grootste dreigingen voor de volksgezondheid. Zonder doeltreffende antibiotica worden infecties bij mensen en dieren weer dodelijk. De FAO benadrukt dat dit een wereldwijd probleem is dat samen moet worden opgelost. De benoeming van dit Nederlandse centrum is een stap in die richting.
Het is belangrijk om te beseffen dat resistentie niet per se door menselijke fouten ontstaat, maar vaak een natuurlijk proces is dat door overmatig gebruik wordt versneld. Door surveillance en educatie proberen we dat proces te vertragen. De expertise van Wagenaar en Veldman is hierbij onmisbaar.

Uitdagingen voor de komende vijf jaar
De vijfjarige periode die nu begint, staat onder hoge verwachtingen. Het centrum moet aantoonbare resultaten leveren in de vorm van betere data en effectievere trainingsprogramma's. De FAO zal waarschijnlijk strakke doelen stellen waar het centrum aan moet voldoen. Het is een prestatieomgeving die veel van de wetenschappers zal vragen.
Ook de samenwerking met landen in het Global South zal een uitdaging zijn. Cultuurverschillen, gebrekkige infrastructuur en politieke instabiliteit kunnen de implementatie van richtlijnen bemoeilijken. Het Nederlandse team zal creatief moeten zijn in hoe ze kennis overdragen. Het gaat hier om meer dan alleen het delen van wetenschappelijke papers. Het gaat om het veranderen van gedragingen en systemen.
Veelgestelde vragen

Keep subscribing to Grietje SmitHer next filing reaches you the moment it publishes, on her own subdomain.
Subscribe
