De helft van Nederlanders struggle met gezondheidsinformatie. Wat zegt de HBSC 2025 over jongeren en waarom is dat een probleem?
Er is een cijfer dat je niet snel vergeten zult. Volgens Nivel heeft de helft van de Nederlandse bevolking moeite met het begrijpen van informatie over gezondheid. Dat is geen marginale groep. Dat is een massa mensen die niet weten wat ze moeten doen met hun bloeduitslag, hun medicatie of hun preventieve keuzes. En dat terwijl we in een tijd leven waarin gezondheidsdata overal rondslingert.
Het probleem is niet dat de informatie niet beschikbaar is. Het is dat ze onbereikbaar is. Voor jongeren, voor ouderen, voor mensen met een lagere letterkundige vaardigheid. En juist die groepen hebben het meest nodig. De HBSC 2025, het internationale onderzoek naar gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland, laat zien hoe diep dit gat loopt. En het is niet alleen een Nederlands probleem. Het is een maatschappelijk falen.
De HBSC 2025 en wat ze onthult
De HBSC 2025 is geen gewone peiling. Het is een internationaal vergelijkingsonderzoek dat al decennia loopt en dat de gezondheid van jongeren in tientallen landen meet. In Nederland wordt het uitgevoerd door het Trimbos-instituut. En de resultaten zijn scherp. Jongeren rapporteren hun mentale gezondheid, hun slaap, hun fysieke activiteit en hun gevoel van welbevinden. En die cijfers zijn niet mager.
Wat opvalt is de correlatie tussen gezondheidskennis en welbevinden. Jongeren die weten wat ze eten, hoe ze bewegen en waarom hun lichaam reageert, scoren hoger op mentale gezondheid. Die groep die die kennis mist, zit in de achterhoede. En dat is geen toeval. Het is een structureel tekort. In scholen, in huis, in de samenleving. We geven jongeren informatie, maar we geven ze geen begrip.

Mentale gezondheid en de cijfers van het CBS
Het CBS publiceert regelmatig cijfers over de mentale gezondheid van jongeren en jongvolwassenen. En die cijfers zijn onthutsend. De prevalence van angst en depressie stijgt. Vooral bij jongvolwassenen tussen de 18 en 25 jaar. En dat terwijl de toegang tot zorg niet per se slecht is. Het probleem zit in de drempels. In het begrip. In de informatie.
Een jongere die niet weet wat een therapeut doet, die niet snapt hoe antidepressiva werken, die de signalen van eigen mentale overprikkeling niet herkent, die zit vast. Niet omdat er geen hulp is. Maar omdat de taal tussen zorg en patiënt niet klopt. En dat is geen probleem van de zorg. Dat is een probleem van de samenleving. Van de manier waarop we communiceren over gezondheid.

Het rol van het Nederlands Jeugdinstituut
Het Nederlands Jeugdinstituut verzamelt en bundelt cijfers over welbevinden en mentale gezondheid. Ze zijn een van de belangrijkste bronnen voor beleidsmakers en voor de zorg. En ze maken zich druk. Niet alleen over de cijfers zelf, maar over de manier waarop die cijfers gebruikt worden. Of beter gezegd, hoe ze niet gebruikt worden.
Er is een kloof tussen data en actie. Cijfers worden gepubliceerd, maar ze worden niet vertaald naar concrete, begrijpelijke adviezen. En dat is de taak van de journalist, van de beleidsmaker, van de scholier. Maar die taak wordt te weinig opgepakt. We houden ons bezig met de cijfers, maar we vergeten de mens erachter. En die mens heeft niet alleen cijfers nodig. Die mens heeft begrip nodig.

Gezondheid en voeding in 2026
Food Inspiration meldt dat consumenten in 2026 vooral kiezen voor gezond, makkelijk en lekker. Dat klinkt als een goed teken. Maar het is ook een waarschuwing. Want wat is gezond? Wat is makkelijk? Wat is lekker? En voor wie? De informatie over voeding is overvloedig. Maar ze is ook tegenstrijdig, onduidelijk en vaak gebaseerd op marketing in plaats op wetenschap.
Een consument die niet kan onderscheid maken tussen een marketingclaim en een wetenschappelijk feit, die kiest op basis van gevoel. En dat is niet per se slecht. Maar het is wel riskant. Vooral voor jongeren, die in een periode zitten waarin hun metabolisme, hun hormonen en hun psychische ontwikkeling gevoelig zijn voor voedingskeuzes. En die groep heeft het meest nodig om te snappen wat ze eet. Maar ze krijgt het minst begrip.
Kunst als gezondheidsfactor
Het Zorginstituut Nederland publiceerde in maart 2026 een artikel over de rol van kunst in de gezondheidszorg. En dat is geen randverschijnsel. Kunst wordt steeds meer ingezet als therapeutisch middel. In ziekenhuizen, in revalidatiecentra, in de geestelijke gezondheidszorg. En de resultaten zijn overtuigend. Kunst verlaagt stress, verbetert de stemming, en geeft mensen een gevoel van controle.
Maar er is een probleem. Kunst is niet voor iedereen toegankelijk. Niet financieel, niet cultureel, niet cognitief. En juist de groep die het meest baat heeft bij kunst, de groep met de laagste letterkundige vaardigheid, de groep die het meest struggle met gezondheidsinformatie, die krijgt het minst toegang tot kunst. Dat is een paradox. En het is een teken van een dieper probleem.
Veelgestelde vragen

Keep subscribing to Hendrika MaasHer next filing reaches you the moment it publishes, on her own subdomain.
Subscribe
