ING rapporteerde sterke halfjaarcijfers, maar de koers toont zich voorzichtig. De sleutel tot verdere groei ligt niet in hogere rente, maar in de operationele hefboom en het drukken van de kostenbasis.
De meeste beleggers kijken naar de rentecijfers van de Europese Centrale Bank als naar de almanak voor hun bankportfolio. Voor ING is die afhankelijkheid echter kleiner geworden dan ooit. De bank meldde onlangs een nettowinst van 1,947 miljard euro over het tweede kwartaal, een resultaat dat niet louter het gevolg is van de rentesituatie.
Het aandeel noteerde op 9 oktober 2026 op 29,63 euro. De markt lijkt terughoudend, terwijl de cijfers zelf juist aantonen dat de inkomstenbronnen zich diversifiëren. De vraag is niet of de rente stijgt, maar of de kosten mee kunnen groeien met de omzet.
De kracht van provisies
Traditioneel droomt elke bank van een hogere rentespreiding. Maar ING heeft een ander fundament opgebouwd. De provisie-inkomsten stegen met 14 procent. Dit zijn de inkomsten uit beleggen, betalen en overige dienstverlening. Die groei is onafhankelijk van de rentestand.
De klantenleningen groeiden met 15,2 miljard euro en de deposito's met 15,9 miljard euro. Dat is een enorme toename van het klantenbestand. Meer klanten betekent meer transacties. Elke transactie genereert inkomsten, ongeacht de rente die de bank betaalt of ontvangt.

Operationele hefboom
In de bankensector heet het verschil tussen de groei van inkomsten en kosten 'jaws'. Stijgen de inkomsten met 5 procent en de kosten met 3 procent, dan zijn de jaws 2 procentpunt positief. Dit is de motor van de winstgroei. Negatieve jaws betekenen dat de kostenbasis de groei opvreet.
ING heeft hierin een sterke positie. De schaal van de bank zorgt ervoor dat een investering in een digitaal platform miljoenen klanten kan bedienen. Zodra de vaste bouwkosten zijn gemaakt, is een extra transactie relatief goedkoop. Dit creëert een enorme marginale winst.
Het tegenargument is echter duidelijk. Banken moeten hun technologie niet alleen voor groei vernieuwen. Cyberveiligheid, antiwitwascontroles en de vervanging van verouderde systemen vragen blijvend hoge uitgaven. Deze kosten genereren geen directe omzet, maar zijn wel noodzakelijk voor de continuïteit van de bank.

Kapitaal en rendement
De CET1-kapitaalratio bedroeg 13,1 procent. Dit is de hardste kapitaalbuffer van een bank. Het vangt verliezen op voordat de schuldeisers geraakt worden. Een ratio van 13,1 procent is ruim voldoende en geeft de bank ruimte om te groeien zonder extra kapitaal op te roepen.
Het rendement op tastbaar eigen vermogen kwam in het kwartaal uit op 17 procent. Over twaalf maanden lag dit op 14,5 procent. Dat zijn sterke cijfers. De markt vraagt echter dat dit rendement hoog blijft, zonder dat er onverwachte sprongen in kredietverliezen optreden.

De uitdaging van de toekomst
De volgende kwartaalcijfers worden verwacht op 29 oktober. De markt zal dan kijken of de operationele hefboom daadwerkelijk werkt. De kosten moeten blijven meewerken, terwijl de inkomsten uit provisies doorgroeien.
ING hoeft niet te wachten op een nieuwe rentestijging. De bank kan groeien door haar schaal te benutten en haar kosten onder controle te houden. De vraag is of de technologiekosten op een niveau blijven dat de winst niet ondermijnt. Dat is de echte test voor de komende maanden.
Veelgestelde vragen

Keep subscribing to Ruben De VriesHer next filing reaches you the moment it publishes, on her own subdomain.
Subscribe
