De Amerikaanse tienjaarsrente brak door de 5 procent. In Europa klimmen de kosten voor Frankrijk en Italië richting de 5 procent. Een analyse van de nieuwe realiteit op de obligatiemarkt.
Het is geen stilte die over de markten hangt, het is het geluid van een klok die harder tikt. De tienjarige Amerikaanse staatsobligatie, die lange tijd als de anker van de mondiale financiering diende, heeft een mijlpaal overschreden die voor veel beleggers ondenkbaar leek. De rente staat inmiddels boven de 5,33 procent, het hoogste niveau in bijna een generatie.
Voor de Europese belegger is dit geen ver-van-het-schip-showtje. De rentes op Duitse bunds liggen al op 3,5 procent, maar het is vooral de situatie in Zuid-Europa die de gemoederen verhit. Frankrijk moet nu 4,9 procent betalen voor zijn schuld, en Italië zit op 4,7 procent. We staan letterlijk op de rand van de 5 procent, een niveau dat in de eurozone tot nu toe als een taboe werd beschouwd.
Deze psychologische drempel wordt nu overschreden door een combinatie van factor die de markt onder enorme druk zetten. Het vertrouwen in de stabiliteit van de staatsfinanciën wankelt, en de vraag naar veilige havens is veranderd in een race voor de beste prijs. Beleggers zijn niet langer bereid om premies te betalen voor risicovolle activa zonder een duidelijke compensatie in de vorm van hogere rentes.
De export van de Amerikaanse schuldencrisis
Mohamed El-Erian, een van de scherpzinnigste analisten op het gebied van obligaties, formuleerde het onlangs pijnlijk treffend. Hij verwijst naar de legendarische uitspraak uit 1971 en stelt dat Amerika zijn schuldencrisis naar de rest van de wereld exporteert. Het is een harde realiteit: de hoge financieringskosten in New York trekken de hele wereld mee naar beneden.
Deze dynamiek is niet nieuw in de structuur, maar wel in de intensiteit. De VS is de grootste importeur van kapitaal, en als die kosten stijgen, wordt het duur voor iedereen die in dollars of euro's leent. De markt reageert met een scherpere selectie van risicovolle activa, wat leidt tot de volatiliteit die we de afgelopen weken zien in zowel aandelen als vastgoed.
De verstrengeling van de wereldwijde kapitaalstromen zorgt ervoor dat lokale beslissingen in Washington onmiddellijke gevolgen hebben in Frankfurt en Londen. De dollar blijft de reservevaluta, en wanneer de kosten voor het lenen in die munt omhoog gaan, wordt het voor centrale banken over de hele wereld veel moeilijker om hun monetaire beleid te voeren zonder dat dit ten koste gaat van hun valutakurs.

De Europese druk op Frankrijk en Italië
In Europa is de druk het grootst op de staten met een hoog schuldenniveau. De rente-opslag van Franse staatsobligaties ten opzichte van Duitse bunds loopt op. Dit fenomeen roept herinneringen op aan de schuldencrisis van vijftien jaar geleden, een periode die veel van de huidige decision makers nog goed op hun netvlies hebben.
De ECB zit hierin een lastige rol toebedeeld. Uit de recent gepubliceerde notulen blijkt dat de centrale bank zich meer zorgen maakt over de investeringen in kunstmatige intelligentie dan over de begrotingstekorten zelf. Toch waarschuwen economen als Carsten Brzeski van ING voor een voorzichtiger toon bij het komende rentebesluit eind deze maand. De markt eist nu duidelijkheid over de houdbaarheid van de begrotingen, niet alleen over de rente.
Voor de Nederlandse belegger is dit indirect maar wel voelbaar. De AEX, die door de olieprijs stijgingen wat steun kan krijgen via Shell, wordt geremd door de onzekerheid in de kern van Europa. Bankaandelen, die vaak als barometer dienen voor de financiële stabiliteit, staan hieronder extra onder druk omdat de combinatie van politieke onzekerheid en hogere rentes de margins drukt.

Inflatie en de energiefactor
De kern van het probleem blijft de inflatie, en daar speelt energie een cruciale rol. De prijs voor een vat Brent olie is donderdag met bijna 4 procent gestegen naar 104 dollar. Dit komt niet uit het niets, maar door geopolitieke spanningen in de Straat van Hormuz en aanvallen op de scheepvaart. Voor de consument betekent dit directe doorwerking in de energierekening.
De gouverneur van de Sloveense centrale bank, Dolenc, benadrukt dat de kerninflatie gelukkig stabiel blijft, wat wijst op beperkte doorwerking naar lonen. Toch zijn de risico's nu duidelijk naar boven verplaatst. Lage aardgasvoorraden in aanloop naar de winter en stijgende voedselprijzen door droogte zorgen voor extra druk. De ECB heeft de rente dit jaar al twee keer verhoogd tot 2,5 procent, maar meer kan volgens veel analisten niet worden uitgesloten als de energieprijzen blijven stijgen.
De afhankelijkheid van externe energiebronnen blijft de achilleshiel van de Europese economie. Elke schommeling in de olie- of gasmarkt wordt direct vertaald naar hogere productiekosten voor bedrijven en hogere prijzen voor huishoudens. Dit creëert een vicieuze cirkel waarin centrale banken genoodzaakt worden om de rente hoog te houden, wat op zijn beurt de economische groei remt en de druk op de overheden vergroot.

De nieuwe norm voor obligatiebeleggers
We moeten ons afvragen of de periode van de extreem lage rentes definitief voorbij is. De handelsblatt analyseert dat de hoge staatsschulden onder druk staan en dat het vertrouwen in de Amerikaanse financieel beleid wankelt. Voor de particuliere belegger betekent dit dat de 'gratis' geld-periode is ten einde gekomen. We betalen weer voor kapitaal, en dat is een fundamentele verschuiving in de economie.
De uitdaging voor de komende maanden is niet zozeer of de rente daalt, maar hoe de economie dit tempo aankan. De Europese economie toont veerkracht, met een groei in het tweede kwartaal die hoger uitvalt dan het potentiële groeitempo. Maar die veerkracht wordt uitgetest door de financieringskosten. De klok tikt door, en de 5 procent is nu niet meer een uitzondering, maar een realistische referentie voor wie in staatsobligaties investeert.
Beleggers moeten hun portefeuilles heroriënteren op een wereld waarin rendementen hoger liggen maar ook meer risico met zich meebrengen. De dag van de automatische rentestijgingen is voorbij, en elke beslissing van de centrale banken wordt nu nauwgezet gevolgd op hun effect op de langetermijnrentes. De nieuwe norm is geen tijdelijke afwijking, maar de beginfase van een structureel verandering in de financieringskosten wereldwijd.
Veelgestelde vragen

Keep subscribing to Cornelis BakkerHer next filing reaches you the moment it publishes, on her own subdomain.
Subscribe
