Een groot deel van Nederland ligt onder de zeespiegel, en het droog houden van het land is een dure, permanente opdracht. Nu de zeespiegel sneller dreigt te stijgen, waarschuwt de deltacommissaris dat de uitgaven aan waterveiligheid de komende jaren fors omhoog moeten.
Voor veel buitenlanders is Nederland het land van grachten, molens en water dat overal aanwezig lijkt te zijn. Wat schilderachtig oogt, verhult echter een harde werkelijkheid, want een aanzienlijk deel van het land ligt onder de zeespiegel. Zonder een uitgekiend stelsel van dijken, duinen, gemalen en stormvloedkeringen zou een groot stuk van Nederland simpelweg onder water staan.
Een land onder de zeespiegel
De strijd tegen het water is zo oud als het land zelf. Eeuwenlang hebben Nederlanders polders drooggelegd, dijken opgeworpen en rivieren getemd om droge voeten te houden en vruchtbare grond te winnen. Die geschiedenis heeft niet alleen het landschap gevormd, maar ook de manier waarop het land bestuurd en gefinancierd wordt, want water raakt hier iedereen.
Juist omdat zoveel op het spel staat, is waterbeheer in Nederland nooit alleen een technische kwestie geweest, maar ook een economische en politieke. De bescherming van dichtbevolkte gebieden, havens en landbouwgrond vertegenwoordigt een enorme waarde, en een falen van het systeem zou een ramp zijn met gevolgen die in de tientallen miljarden zouden lopen.
Het Deltaprogramma

Om al die belangen te bewaken bestaat het Deltaprogramma, het nationale plan dat Nederland moet beschermen tegen hoogwater en overstromingen en tegelijk moet zorgen voor voldoende zoet water. Voor de financiering ervan is een apart Deltafonds opgetuigd, waaruit in 2026 ongeveer 1,9 miljard euro wordt uitgetrokken voor projecten rond waterveiligheid en zoetwatervoorziening.
De omvang van de opgave wordt duidelijk als je verder vooruitkijkt. De totale kosten van het programma worden voor de periode tussen 2015 en 2050 geraamd op zo'n 38 miljard euro. Het gaat daarbij niet alleen om het versterken van dijken, maar ook om het klimaatbestendig inrichten van steden en het beschikbaar houden van zoet water in droge zomers.
De rekening loopt op
Toch zou zelfs dat bedrag weleens onvoldoende kunnen blijken. De deltacommissaris, die toezicht houdt op het programma, waarschuwde onlangs dat Nederland zijn uitgaven aan het buiten houden van het zeewater en het binnenhouden van zoet water minstens moet verdubbelen om de toekomst aan te kunnen. Anders dreigt het land achter de feiten aan te lopen.
Concreet komt de huidige inspanning volgens die waarschuwing neer op ongeveer een procent van het bruttobinnenlands product, oftewel ruim elf miljard euro per jaar aan bredere klimaat- en wateruitgaven. Dat aandeel zou volgens de commissaris richting de twee procent moeten, een verschuiving die diep ingrijpt in de begroting en om politieke keuzes vraagt.
De onzekere zeespiegel
De belangrijkste reden voor die oplopende kosten is de onzekerheid over de zeespiegelstijging. Om daar meer grip op te krijgen, liep er een meerjarig kennisprogramma dat de ontwikkeling en de gevolgen van de stijgende zeespiegel voor Nederland in kaart moest brengen, en waarvan de uitkomsten in dit jaar worden verwacht. Die kennis is cruciaal voor de plannen van morgen.
Hoe sneller de zee stijgt, hoe zwaarder en duurder de maatregelen worden die nodig zijn. Zo wordt onder meer gedacht aan krachtige nieuwe gemalen bij IJmuiden en later mogelijk bij de Afsluitdijk, zodat rivierwater ook bij een hogere zeespiegel naar buiten kan worden gepompt. Alleen al de werken bij IJmuiden worden geschat op zo'n twee miljard euro.
Kennis als exportproduct
Er is ook een keerzijde die minder vaak wordt belicht, want al die noodgedwongen expertise heeft Nederland tot een wereldspeler op het gebied van waterbeheer gemaakt. Nederlandse ingenieurs, baggeraars en kennisinstituten worden over de hele wereld ingeschakeld bij projecten rond kustbescherming, landaanwinning en het beheersen van waterstromen in kwetsbare deltagebieden.
Daarmee is water niet alleen een kostenpost, maar ook een verdienmodel geworden. De kennis en technologie die nodig zijn om het eigen land droog te houden, vormen tegelijk een exportproduct dat werkgelegenheid en inkomsten oplevert, en dat Nederland internationaal aanzien geeft als het land dat als geen ander weet hoe je met water moet leven.
Een gevecht zonder eindpunt
Wat het waterbeheer zo bijzonder maakt, is dat het nooit af is. Anders dan een brug of een gebouw dat op enig moment klaar is, vraagt de bescherming tegen het water om eeuwigdurend onderhoud, aanpassing en vernieuwing. Elke generatie erft de dijken van de vorige en moet die op haar beurt versterken voor de generatie die nog komt.
De komende jaren zal duidelijk worden hoe ver Nederland bereid is te gaan en hoeveel geld het ervoor over heeft. Zeker is dat de rekening zal stijgen, maar even zeker is dat nietsdoen geen optie is in een land waar het water letterlijk aan de deur klopt en de zee geduldig blijft wachten op elke zwakke plek in de verdediging.

Keep subscribing to Femke JansenHer next filing reaches you the moment it publishes, on her own subdomain.
Subscribe
