Elke film die we streamen en elk bestand in de cloud draait op enorme, onzichtbare datacenters. Hun honger naar elektriciteit is dit jaar explosief gegroeid tot ergens tussen de vijfhonderd en duizend terawattuur, ruwweg evenveel als een heel land verbruikt.
Elke keer dat we een film streamen, een kort bericht versturen, een foto veilig in de cloud opslaan of snel even een zoekopdracht uitvoeren, gebeurt er ergens ver weg iets waar we eigenlijk zelden bij stilstaan. Al die alledaagse digitale handelingen worden namelijk mogelijk gemaakt door enorme, grotendeels volledig onzichtbare gebouwen vol met computers die dag en nacht onvermoeibaar blijven draaien. Deze zogenoemde datacenters zijn in korte tijd uitgegroeid tot de stille motor van ons gehele moderne bestaan, en hun honger naar elektriciteit neemt op dit moment een werkelijk duizelingwekkende vlucht.
Een wereld die draait op datacenters
Een datacenter is in de kern eigenlijk niets anders dan een groot en zwaarbeveiligd gebouw dat werkelijk volstaat met rijen op rijen van bijzonder krachtige computers, die men gewoonlijk servers pleegt te noemen. Deze geavanceerde machines slaan samen een haast onvoorstelbare hoeveelheid informatie op en verwerken die vervolgens continu, van onze eigen persoonlijke vakantiefoto en onze dagelijkse berichten tot de complete catalogus van zo ongeveer elke denkbare streamingdienst en webwinkel die wij met het grootste gemak gebruiken.
Hoewel de meeste gewone mensen in hun dagelijks leven nog nooit ook maar een voet in zo'n enorm gebouw hebben gezet, zijn deze centra inmiddels toch volstrekt onmisbaar geworden voor zo ongeveer alles wat wij tegenwoordig online doen. Zonder dit uitgestrekte wereldwijde netwerk van gigantische serverhallen zou het internet zoals wij dat nu kennen, met al zijn talloze gemakken en toepassingen, eenvoudigweg helemaal niet kunnen bestaan, en die diepe afhankelijkheid wordt met de dag alleen maar groter.
Een honger naar stroom zonder weerga

Al die enorme rekenkracht heeft echter wel degelijk een prijs, en die prijs wordt vooral betaald in de keiharde vorm van elektriciteit. Volgens recente schattingen van verschillende gezaghebbende energieinstanties verbruiken datacenters wereldwijd dit jaar ergens tussen de vijfhonderd en de duizend terawattuur aan stroom, een werkelijk kolossale hoeveelheid die slechts enkele jaren geleden door vrijwel iedereen in de sector nog als volstrekt ondenkbaar werd beschouwd.
Nog veel indrukwekkender dan dat absolute getal op zich is misschien wel de ronduit razendsnelle groei die erachter schuilgaat. Het totale stroomverbruik van al deze centra samen is sinds een jaar of vier namelijk ongeveer verdubbeld, en de vraag naar vermogen groeit naar verwachting alleen al in dit ene jaar met ruwweg een kwart tot zelfs een derde. Deskundigen voorspellen daarbovenop dat deze almaar stijgende lijn voorlopig nog lang niet ten einde zal zijn gekomen.
Wat drijft deze explosieve groei aan
De vraag dringt zich daarbij natuurlijk onvermijdelijk op wat deze zo plotselinge en explosieve groei in het stroomverbruik nu eigenlijk precies veroorzaakt. Een flink deel van de verklaring ligt bij de voortdurende toename van allerlei alledaagse digitale diensten waar we inmiddels met zijn allen volledig aan gewend zijn geraakt, zoals het eindeloos streamen van films en muziek, het bewaren van alsmaar meer bestanden in de cloud en het groeiende gebruik van talloze online toepassingen.
Veruit de allerbelangrijkste nieuwe aanjager van deze hele ontwikkeling is echter zonder enige twijfel de recente stormachtige opkomst van kunstmatige intelligentie. Het trainen en vervolgens draaien van deze zeer geavanceerde systemen vergt namelijk een ronduit gigantische hoeveelheid rekenkracht, en daarmee ook een enorme hoeveelheid kostbare energie, veel meer dan bij de meer traditionele toepassingen tot nu toe gebruikelijk was. Naar schatting nemen hierop gerichte servers dit jaar al bijna een derde van het totale verbruik voor hun rekening.
Zoveel stroom als een heel land
Om werkelijk een goed gevoel te krijgen bij de echt gigantische schaal van dit alles, is een directe vergelijking met het totale verbruik van een heel land bijzonder verhelderend en tegelijkertijd ook behoorlijk confronterend te noemen. De totale hoeveelheid stroom die alle datacenters wereldwijd samen verbruiken, komt inmiddels namelijk ruwweg overeen met het volledige jaarlijkse elektriciteitsverbruik van een grote en hoogontwikkelde industriële natie zoals bijvoorbeeld het verre Japan.
In sommige landen is de concentratie van al deze centra zelfs zo ongekend hoog geworden dat zij samen een opvallend groot deel van de gehele nationale stroomvoorziening opslokken. In buurland Ierland bijvoorbeeld nemen de vele datacenters die daar inmiddels gevestigd zijn al meer dan een volledige vijfde van alle elektriciteit in het hele land voor hun rekening, een fors aandeel dat ook elders in Europa, waaronder zeker ook in ons eigen land, in rap tempo verder aan het oplopen is.
Een uitdaging voor het stroomnet
Deze zo snel groeiende honger naar energie plaatst de beheerders van onze belangrijke elektriciteitsnetten voor een bijzonder flinke en uiterst urgente uitdaging. Op steeds meer plekken verspreid over de hele wereld, en zeer zeker ook hier bij ons in Nederland, lopen de bestaande stroomnetten inmiddels hard tegen hun uiterste grenzen aan, waardoor het soms zelfs ronduit moeilijk wordt om nieuwe datacenters of andere grootverbruikers nog van voldoende stroom te kunnen blijven voorzien.
Dit leidt op heel veel plaatsen tot een ingewikkelde en gevoelige afweging tussen enerzijds de onmiskenbare economische voordelen die deze centra met zich meebrengen en anderzijds de forse druk die ze tegelijkertijd op onze bestaande infrastructuur leggen. Het vinden van een gezond en houdbaar evenwicht tussen die twee belangen is in korte tijd uitgegroeid tot een van de allerbelangrijkste vraagstukken waar beleidsmakers en energiebedrijven zich op dit moment intensief over buigen.
Op zoek naar schonere oplossingen
Gelukkig zit ondertussen ook de sector zelf bepaald niet werkeloos stil en wordt er juist bijzonder hard gewerkt aan allerlei verschillende manieren om dit groeiende probleem doeltreffend het hoofd te bieden. Zo investeren veel van de grote techbedrijven tegenwoordig fors in schone energiebronnen zoals zonne- en windenergie, en sommige van hen kijken zelfs heel serieus naar geheel nieuwe vormen van kernenergie om hun enorme en continu groeiende stroombehoefte op een duurzamere manier te kunnen dekken.
Daarnaast wordt er tegelijkertijd ook voortdurend gewerkt aan steeds slimmere en zuinigere technologieën, bijvoorbeeld door betere koelsystemen en veel efficiëntere chips te ontwikkelen die simpelweg aanzienlijk minder kostbare energie verspillen dan voorheen. De grote gezamenlijke uitdaging voor de komende jaren zal er dan ook vooral in bestaan om alle vele voordelen van onze moderne digitale wereld te blijven genieten, zonder dat de bijbehorende energierekening voor de hele planeet uiteindelijk onhoudbaar hoog wordt.
Veelgestelde vragen

Keep subscribing to Daan MulderHer next filing reaches you the moment it publishes, on her own subdomain.
Subscribe
