De Raad van State schiet met het advies over het nieuwe box 3-beleid mis, waardoor slechts 66 dagen overblijven om de wet te sluiten. Dit dwingt beleggers tot een complexe administratieve exercitie en zet de invoering van 2028 onder druk.
Een tijdschema dat niet klopt
De Raad van State heeft op 5 oktober laten weten dat het advies over het nieuwe box 3-beleid niet op tijd kan worden ingeleverd. Het kabinet hoopte op een advies vóór het Kamerdebat op 12 oktober, maar de vroegste haalbare datum is nu 19 oktober. In het slechtste scenario valt dat op 26 oktober. Dat laat de politiek nauwelijks ruimte voor het bespreken van de details van deze ingrijpende wijziging in de inkomstenbelasting.
De haast is evident. Op 2 oktober ging de novelle al naar de Raad van State. De spoedbrief bevat een harde voorwaarde: zowel het oorspronkelijke voorstel als de aanpassing moeten in december 2026 door beide kamers zijn aangenomen. Vanuit 19 oktober zijn dat nog 73 kalenderdagen. Vanaf 26 oktober zijn er nog maar 66. Dat zijn geen vergaderdagen, maar dagen waarin advies, eventuele wijzigingen en de parlementaire behandeling moeten plaatsvinden.
De kloof tussen politiek en realiteit
Het probleem zit hem in de uitvoering. De memorie van toelichting erkent zelf dat er nog geen integraal en onderbouwd beeld is van de uitvoeringsgevolgen. De volledige uitvoeringstoets wordt uiterlijk 1 november verwacht. Dat is een kritieke datum, want de technische verkenning ziet mogelijkheden, maar dat is niet hetzelfde als een afgeronde bevestiging dat de hele keten klaar is.
Minister Eelco Heinen wil afrekenen op werkelijk rendement. Dat is logisch. Een gestegen aandelenkoers betaalt geen boodschappen. Belasting bij verkoop geeft de belegger controle over het moment waarop het geld verdwijnt. Maar die filosofie vereist een complexe infrastructuur. De fiscus moet nu vaststellen welke winsten er werkelijk zijn gerealiseerd, in plaats van te gokken op de koerswinsten op papier. Dat is een fundamentele verandering in de werkwijze.

De administratieve last voor de belegger
Voor de gemiddelde belegger betekent deze haast meer dan alleen wetswijziging. Het betekent administratie. De aangiftesystemen moeten worden voorbereid op basis van een wet die mogelijk nog verandert. De dienstverlening moet op een stabiele wet kunnen voortbouwen, maar die stabiliteit ontbreekt nu juist. Het risico is dat beleggers in 2028 geconfronteerd worden met een systeem dat nog niet volledig is uitgerold.
Deze nieuwe administratie is een directe gevolgtrekening van de politieke deadline. De rekening komt bij de burger neer. Iemand die jarenlang vermogen opbouwt, voelt dit direct. De timing van de fiscale check is cruciaal. Een belegger die nu al moet nadenken over de documentatie van zijn verkooptransacties, zit met de handen vol. De overheid wil het beter doen, maar de methode van invoering dreigt het tegenovergestelde effect te sorteren.

Waarom de timing zo essentieel is
De keuze voor 2028 als invoeringsjaar was al ambitieus. Met de vertraging van het advies wordt het nog risicovoller. De overgang van het oude systeem naar het nieuwe vereist een soepele overgang. Als de wet in december net door de Eerste Kamer gaat, is er nauwelijks tijd voor de technische implementatie. De software van de belastingdienst en de banken moet aangepast worden. Dat kost tijd en geld.
Er is nog hoop. Een gerichte wet kan sneller worden doorgevoerd dan een complex systeem. Maar de kans op fouten en vertragingen is groot. Belastingplichtigen die hun portefeuille nu al optimaliseren, moeten rekening houden met deze onzekerheid. De haast van het kabinet is begrijpelijk vanuit een politiek perspectief. Maar voor de belegger is het een bron van onrust. De belasting op verkochte aandelenwinst is een verstandiger uitgangspunt, maar de invoering dreigt een nachtmerrie te worden.

De weg naar 2028
De komende weken zijn beslissend. Het advies van de Raad van State zal de toon zetten voor de verdere behandeling. Als er kritische tekortkomingen worden gemeld, kan het kabinet genoodzaakt zijn de deadline te verlaten. Dat zou een politieke nederlaag zijn, maar voor de uitvoerbaarheid misschien wel de enige optie. De belegger heeft geen haast. De overheid wel. Dat is een ongelijk spel, waarin de burger de zwaarste last draagt.
Veelgestelde vragen

Keep subscribing to Daan de VriesHer next filing reaches you the moment it publishes, on her own subdomain.
Subscribe
