Wanneer de vorst invalt en de bloemen verdwijnen, lijken de vlinders spoorloos verdwenen. Maar ze zijn er nog, verstopt als eitje, rups, pop of zelfs als slapende volwassen vlinder met antivries in het bloed. Hoe overleven deze tere insecten de Nederlandse winter?
Wanneer de eerste vorst over de Nederlandse velden trekt en de laatste bloemen verdwijnen, lijkt het alsof de vlinders spoorloos zijn opgelost. Toch zijn deze tere insecten niet echt verdwenen, maar hebben ze zich op de meest uiteenlopende manieren voorbereid op de koudste maanden van het jaar. Achter die schijnbare stilte gaat een verrassende overlevingskunst schuil.
Vier manieren om te overwinteren
Vlinders kennen geen enkele standaardoplossing voor de winter, maar een handvol heel verschillende strategieën. Volgens De Vlinderstichting overleeft elke soort de koude in een bepaald stadium van zijn leven: als eitje, als rups, als pop in een cocon, of zelfs als volwassen vlinder die in een diepe rust wegzakt.
Welke weg een soort kiest, ligt vast in zijn levenswijze en verandert niet zomaar van jaar tot jaar. Sommige vlinders trekken bovendien weg naar warmere streken, net als vogels dat doen. Die enorme verscheidenheid verklaart waarom sommige soorten al vroeg in het voorjaar vliegen en andere pas veel later in het seizoen verschijnen.
De slapende vlinders op zolder
Een kleine groep Nederlandse vlinders overwintert als volwassen dier, en juist die kun je op een warme winterdag soms zien opduiken. De kleine vos, de dagpauwoog, de gehakkelde aurelia en de citroenvlinder zoeken in het najaar een beschutte plek en vallen daar in een diepe winterrust die deskundigen diapauze noemen.
De dagpauwoog kruipt graag weg in een donker, droog hoekje op een zolder, in een schuurtje of in een stapel brandhout, waar de temperatuur redelijk stabiel blijft. De citroenvlinder is nog onverschrokkener en hangt gewoon aan een takje of onder een blad, waar hij zelfs strenge vorst zonder enige schuilplaats weet te doorstaan.
Antivries in het bloed

Dat een broos insect temperaturen onder het vriespunt overleeft, lijkt haast onmogelijk, maar de natuur heeft er een elegante oplossing voor gevonden. Soorten als de citroenvlinder, de kleine vos en de dagpauwoog maken in hun lichaamsvocht de stof glycerol aan, die precies zo werkt als de antivries in de motor van een auto.
Daarnaast stoten deze vlinders zoveel mogelijk overtollig water uit hun lichaam, want juist water vormt de gevaarlijke ijskristallen die de cellen kapotmaken. Door minder water en meer glycerol daalt het vriespunt van hun weefsel zo ver, dat ze ook bij temperaturen ruim onder nul niet bevriezen en gewoon in leven blijven.
Wachten als ei, rups of pop
Verreweg de meeste vlindersoorten beleven de winter echter niet als volwassen dier, maar in een veel vroeger stadium van hun bestaan. Zij brengen de koude maanden door als een onopvallend eitje, als een verscholen rups of als een roerloze pop, goed verstopt tussen dorre bladeren, in de strooisellaag of laag tegen een plantenstengel.
Rupsen die als rups overwinteren, gaan daarbij vernuftig te werk en spinnen soms met een draad zijde een blad stevig aan een twijg vast, of vouwen een blad om zich heen als een beschermend tentje. Zo wachten ze, verborgen voor hun vijanden en beschut tegen de ergste kou, geduldig op de eerste warmte van het voorjaar.
De reizigers naar het zuiden
Niet elke vlinder blijft de winter ter plekke trotseren, want een aantal soorten kiest voor de vlucht en trekt over enorme afstanden weg, precies zoals trekvogels dat doen. De distelvlinder is daarvan het beroemdste voorbeeld en fladdert in verschillende generaties helemaal van Afrika naar Noord-Europa, met in het voorjaar een tussenstop in Nederland.
Ook de atalanta is een geboren reiziger en vliegt in het najaar in een lange tocht van Nederland naar het zuiden van Europa, waar de nakomelingen verder leven terwijl de oude dieren sterven. Deze trekvlinders ontwijken de kou dus eenvoudigweg door haar achter zich te laten en het warmere zuiden op te zoeken.
Een zachtere winter verandert alles
De laatste jaren merken vlinderkenners dat de steeds zachtere Nederlandse winters het gedrag van sommige soorten langzaam veranderen. Zo blijft de atalanta, ooit een echte trekvlinder, tegenwoordig vaker in ons land hangen om hier te overwinteren, omdat de vorst niet meer streng genoeg is om hem naar het zuiden te verjagen.
Toch is die mildere winter niet zonder risico, want een onverwacht warme periode kan slapende vlinders te vroeg wakker maken, waarna er nog geen bloemen zijn om nectar te vinden. De overlevingskunst van de vlinder blijft zo een fijn afgesteld evenwicht, dat gevoelig reageert op elke verandering van het klimaat.

Keep subscribing to Lotte VisserHer next filing reaches you the moment it publishes, on her own subdomain.
Subscribe
