Naast de bekende honingbij leven in Nederland zo'n driehonderdzestig soorten wilde bijen, en meer dan de helft is bedreigd. Van de Nationale Bijentelling tot Utrechtse bushokjes met een groen dak: het verhaal van kleine bestuivers en de vele manieren waarop we ze kunnen helpen.
Op een zonnige dag zoemt er een dikke, harige bij van bloem naar bloem in de tuin. De meeste mensen denken meteen aan de honingbij, maar de kans is groot dat dit een heel ander insect is. In Nederland leven namelijk honderden soorten wilde bijen, en juist met hen gaat het lang niet altijd goed.
Veel meer dan de honingbij
Als we aan bijen denken, zien we vaak de honingbij en haar korf voor ons. Toch is dat maar het topje van de ijsberg. Nederland telt liefst rond de driehonderdzestig soorten wilde bijen, van forse hommels tot kleine metselbijen en zandbijen, en de meeste van hen leven niet in een volk maar helemaal alleen.
Deze wilde bijen zijn onmisbare bestuivers. Terwijl ze nectar en stuifmeel verzamelen, brengen ze het stuifmeel van bloem naar bloem en zorgen zo voor de bestuiving van talloze wilde planten en landbouwgewassen. Voor sommige gewassen doen ze dat zelfs beter en efficiënter dan de honingbij.
Meer dan de helft in de gevarenzone

Met veel van deze soorten gaat het echter slecht. Meer dan de helft van de Nederlandse wilde bijen staat inmiddels op de Rode Lijst van bedreigde dieren, en een deel is zelfs al helemaal uit ons land verdwenen. In totaal gaat het om ruim honderdtachtig bedreigde soorten, een verontrustend hoog aantal.
De oorzaken zijn bekend. Door de intensieve landbouw, het gebruik van bestrijdingsmiddelen en het verdwijnen van bloemrijke bermen en tuinen vinden wilde bijen steeds minder voedsel en nestgelegenheid. Daar komt bij dat de vele gehouden honingbijen soms concurreren om diezelfde schaarse bloemen.
Tel de bijen mee
Gelukkig groeit de aandacht voor deze kleine bestuivers. Elk voorjaar vindt de Nationale Bijentelling plaats, een burgerinitiatief van onder meer Naturalis en het IVN. In 2023 telden bijna vierduizend deelnemers samen ruim tweeentachtigduizend bijen, wat waardevolle kennis oplevert over hun aantallen.
Zulke tellingen zijn meer dan een leuk uitje. Ze laten zien waar het goed of juist slecht gaat, en helpen te bepalen waar meer bloemen en nestplekken nodig zijn. Bovendien maken ze duizenden mensen bewust van de rijkdom aan bijen die letterlijk in hun eigen tuin leeft.
Bushokjes vol bloemen
Sommige steden pakken groots uit voor de bij. Utrecht kreeg wereldwijde aandacht door meer dan driehonderd bushokjes te voorzien van een groen dak vol vetplanten, speciaal aangelegd als rustpunt en voedselplek voor bijen. Zo veranderde saai straatmeubilair in een netwerk van kleine groene oases.
Langs de snelweg A2 bouwde de stad daarnaast een gigantisch bijenhotel, met ruim tweehonderd nestkastjes en een veld van zevenduizend vierkante meter vol wilde bloemen. Het laat zien dat zelfs de meest stenige plekken plaats kunnen bieden aan bloeiend en zoemend leven.
Wat iedereen kan doen
Je hoeft echter geen gemeente te zijn om te helpen. Een tuin of balkon vol inheemse bloemen, een hoekje dat lekker rommelig en wild mag blijven, en een simpel bijenhotel van bamboe of hout doen al wonderen. Wie bovendien tegels vervangt door planten, geeft bijen meteen een stuk meer ruimte.
Ook minder maaien en het achterwege laten van gif helpt enorm. Een gazon dat af en toe mag bloeien met klaver en paardenbloemen is voor een wilde bij een rijk gedekte tafel. Kleine keuzes in miljoenen tuinen kunnen samen een enorm verschil maken voor deze bedreigde insecten.
Waarom wilde bijen ertoe doen
De inzet is groot, want zonder bestuivers zou onze wereld er heel anders uitzien. Een aanzienlijk deel van ons voedsel, van appels tot bessen, is afhankelijk van insecten die de bloemen bestuiven. Wilde bijen bestuiven daarbij juist ook die planten waar de honingbij niet aan toekomt.
Daarnaast zijn wilde bijen een gevoelige graadmeter voor de gezondheid van het landschap. Waar het wemelt van de bijen, is doorgaans ook de rest van de natuur in balans. Hun verdwijnen is dan ook een waarschuwing die we niet zomaar zouden mogen negeren.
Kleine zoemers, groot verschil
Zelf fiets ik graag door de dorpen en langs de bermen, en sinds ik beter op bijen let, zie ik ze overal. Dat kleine, ijverige gezoem tussen de bloemen is voor mij een teken van hoop, een herinnering dat zelfs de allerkleinste dieren onmisbaar zijn en dat we ze met verrassend eenvoudige middelen kunnen helpen.

Keep subscribing to Lotte VisserHer next filing reaches you the moment it publishes, on her own subdomain.
Subscribe
