De egel was ooit een vanzelfsprekende gast in elke Nederlandse tuin, maar in tien jaar tijd is zijn verspreiding met de helft gekrompen. Sinds 2024 staat hij als bijna bedreigd op de Europese Rode Lijst. Een verhaal over het stekelige nachtdier dat wij bijna kwijtraken, en over de verrassend eenvoud
Als de schemering valt en de tuin stil wordt, ritselt er soms iets onder de heg. Een klein, donker bolletje schuifelt tevoorschijn, snuffelend en knorrend op zoek naar wormen en kevers. De egel was ooit de meest vanzelfsprekende van al onze wilde buren, een dier dat werkelijk iedereen kende. Vandaag is een avond in zijn gezelschap een zeldzaamheid geworden.
Het bekendste tuindier verdwijnt
Het is moeilijk te bevatten hoe hard het is gegaan. De egel, dat oervertrouwde tuindier waar generaties mee opgroeiden, is de laatste jaren in stilte weggegleden uit ons landschap. Waar hij vroeger in vrijwel elke tuin en berm te vinden was, moet je hem nu vaak met moeite en geluk nog ergens tegenkomen.
De cijfers bevestigen dat sombere gevoel. In Nederland is de verspreiding van de egel in ongeveer tien jaar tijd met de helft afgenomen, en ook in landen als Zweden, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk is meer dan dertig procent van de egels verdwenen. Sinds 2024 staat de soort dan ook als bijna bedreigd op de Europese Rode Lijst van de natuurbeschermingsorganisatie IUCN.
Waarom de egel verdwijnt
Er is niet één schuldige aan te wijzen, maar een aantal oorzaken werkt onmiskenbaar samen. Steden dijen uit, er komen steeds meer wegen bij en op die wegen steeds meer auto's. Voor een dier dat 's nachts grote afstanden aflegt op zoek naar voedsel en soortgenoten, is elke drukke weg een levensgevaarlijke barrière dwars door zijn wereld.
Daarbij komt de veranderende omgeving op het platteland. De steeds intensievere landbouw maakt het land armer aan insecten, wormen en rommelige hoekjes, precies de dingen waar de egel van leeft en waarin hij schuilt. Zo verliest hij tegelijk zijn voedsel en zijn schuilplaatsen, en krijgt hij steeds minder ruimte om te bestaan.
Een tuin vol gevaren

Ook onze eigen tuinen zijn voor de egel niet altijd veilig geworden. Strakke, dichte schuttingen verdelen het groen in afgesloten vakjes die een egel niet meer kan oversteken, terwijl bestrating en gladde gazons de rommelige, levende grond vervangen waarin insecten leven. Elke keurige verbetering maakt de wereld van de egel ongemerkt een stukje kleiner.
Daar komen nog concrete gevaren bij. Robotmaaiers die 's nachts rondrijden kunnen een opgerolde egel ernstig verwonden, gladde vijvers zonder uitklimhulp worden een val, en gif tegen slakken vergiftigt uiteindelijk ook het dier dat die slakken opeet. Zo verandert een ogenschijnlijk vriendelijke tuin sluipend in een hindernisbaan vol risico's.
De magere maanden komen eraan
De herfst is voor de egel het belangrijkste seizoen van het jaar. Nu de nachten kouder worden, eet hij met spoed zoveel mogelijk om een vetlaag op te bouwen voor de winterslaap. Van ongeveer november tot het voorjaar trekt hij zich terug in een dicht nest van bladeren, en alleen een egel die genoeg heeft gegeten, overleeft die lange, koude rust.
Hoe de tuin kan helpen
Het hoopvolle van dit verhaal is dat weinig wilde dieren zo makkelijk te helpen zijn als de egel. De krachtigste ingreep is een simpel gat in de schutting. Een opening van zo'n dertien bij dertien centimeter, op grondniveau tussen twee tuinen, wordt een egelsnelweg die versnipperde tuinen weer met elkaar verbindt en het dier de ruimte geeft die het nodig heeft.
Verder is een rommelige tuin juist een goede tuin. Een hoop bladeren of takken in een schaduwrijke hoek biedt een nestplek en een jachtterrein vol insecten, een vijver heeft een flauwe oever of plank nodig, en slakkenkorrels kun je beter helemaal weglaten. Controleer ook altijd het hoge gras voordat de maaier of de bosmaaier eroverheen gaat.
Waarom het ertoe doet
Het is verleidelijk om de egel af te doen als maar een tuindier, iets vanzelfsprekends dat er altijd is. Maar juist die vertrouwde dieren dicht bij huis vormen voor veel mensen, en zeker voor kinderen, de allereerste kennismaking met de wilde natuur. Als de egel uit onze tuinen verdwijnt, verliezen we niet alleen een soort, maar ook een stukje van die verwondering.
Een geritsel dat moet blijven
Fietsend door de dorpen die langzaam leeglopen, hoop ik in de avond nog altijd op dat vertrouwde geritsel onder de heg. De egel vraagt zo weinig van ons, alleen een gat in een schutting, een wildere hoek, een moment van oplettendheid voordat we maaien. Of dit stekelige nachtdier over een generatie nog door onze tuinen scharrelt, is uiteindelijk simpelweg een keuze die wij vandaag maken.

Keep subscribing to Lotte VisserHer next filing reaches you the moment it publishes, on her own subdomain.
Subscribe
