De spierwitte grote zilverreiger is tegenwoordig een vertrouwd gezicht in de Nederlandse polders, maar rond 1900 was hij bijna verdwenen. We vertellen het verhaal van zijn opmerkelijke terugkeer, van het eerste broedgeval in de Oostvaardersplassen tot de honderden paren van nu.
De grote zilverreiger is tegenwoordig een vertrouwde verschijning in de Nederlandse polders, sloten en moerassen. Toch is deze spierwitte reiger nog niet zo heel lang geleden een grote zeldzaamheid geweest, en zijn terugkeer is een van de mooiste natuursuccessen van ons land.
Een spierwitte verschijning
De grote zilverreiger is met een lengte van bijna een meter een van de grootste witte reigers die in Europa voorkomen. Het hele verenkleed is stralend wit, wat het dier tegen het groen van het riet of het bruin van een sloot al van verre bijzonder goed zichtbaar maakt.
In het veld valt de vogel te herkennen aan zijn lange, gele snavel en zijn donkere poten. In de broedtijd verandert die snavel juist naar een donkere kleur en krijgen de veren op de rug lange, sierlijke slierten die vroeger heel veel mensen wisten te betoveren.
Een geduldige jager
Wie een grote zilverreiger langs het water ziet staan, ziet vaak minutenlang bijna niets gebeuren. De vogel wacht roerloos in het ondiepe water tot er een prooi binnen bereik komt, en verroert dan nauwelijks een veer om zichzelf vooral niet te verraden.
Als het juiste moment daar is, schiet de lange hals bliksemsnel naar voren en grijpt de reiger zijn maaltijd. Op het menu staan vissen, kikkers, grote insecten en zelfs muizen, die hij in sloten, rietvelden en natte graslanden feilloos weet te vinden.
Bijna verdwenen door de mode
Dat de grote zilverreiger nu weer zo talrijk is, was rond het jaar 1900 nauwelijks voor te stellen. In die tijd werden de lange broedveren van de reiger op grote schaal gebruikt om dameshoeden mee te versieren, en dat had voor de soort rampzalige gevolgen.
In grote delen van Europa werd de vogel daardoor bijna volledig weggevaagd. De verontwaardiging over deze handel in mooie veren gaf mede de aanzet tot de allereerste verenigingen voor vogelbescherming, die zich juist sterk gingen maken voor een streng verbod.
Het eerste broedgeval
De echte ommekeer voor Nederland kwam in het jaar 1978. Toen broedde de grote zilverreiger voor het eerst in ons land, en wel in de toen nog jonge Oostvaardersplassen, een uitgestrekt moerasgebied dat een waar toevluchtsoord voor moerasvogels zou worden.
Vanaf dat eerste paar ging het langzaam maar zeker bergopwaarts. Tussen 1978 en 2007 groeide het aantal broedparen geleidelijk naar ongeveer honderdvijftig, en inmiddels broeden er verspreid over het hele land ruim tweehonderd paar, volgens sommige tellingen zelfs bijna vierhonderd.
Waarom de reiger terugkwam
Die opvallende terugkeer heeft meerdere oorzaken die elkaar onderling versterken. Allereerst werd de vogel wettelijk beschermd, waardoor de handel in zijn veren tot het verleden ging behoren en de populaties zich in heel Europa geleidelijk konden herstellen.
Minstens zo belangrijk was de aanleg en het herstel van grote, natte natuurgebieden zoals de Oostvaardersplassen. Samen met de zachtere winters van de laatste decennia zorgde dat voor volop voedsel en veilige rustplaatsen, precies wat deze grote reiger nodig heeft.
Een vertrouwd wintergezicht
Vooral in het najaar en de winter is de kans groot dat u de grote zilverreiger tegenkomt. Dan trekken grote aantallen vogels vanuit Midden- en Oost-Europa naar ons toe, op zoek naar de relatief milde en waterrijke omstandigheden van de Nederlandse winter.
U ziet ze dan vaak roerloos in een weiland of langs een sloot staan, helderwit afstekend tegen het grijze winterlandschap. Waar vroeger hooguit een enkele dwaalgast verscheen, hoort de witte reiger nu gewoon bij het vertrouwde beeld van het Nederlandse platteland.
Een levend symbool van herstel

De grote zilverreiger is daarmee uitgegroeid tot een levend symbool van geslaagd natuurherstel. Zijn verhaal laat overtuigend zien dat een soort die ooit bijna verdween, met de juiste bescherming en voldoende leefgebied opnieuw helemaal kan terugkomen.
En hij staat daarin niet alleen. Dezelfde rietvelden en natte graslanden die de reiger zo hard nodig heeft, bieden ook onderdak aan talloze andere vogels, van kleine zangers zoals de gele kwikstaart tot vele soorten eenden, ganzen en steltlopers.

Keep subscribing to Lotte VisserHer next filing reaches you the moment it publishes, on her own subdomain.
Subscribe
